designoverlay: show | hide | 30% | 60% | 90%

INFO

Regisseur, je hebt auteursrechten! Wees er zuinig op.

“De aanspraken van auteurs op een vergoeding  bij kabeldoorgifte of thuiskopiëring zijn niet van God gegeven. Er moet  voor gevochten worden, gesoebat, gepraat. Ook over de  verdeling van de opbrengsten uit die vergoeding tussen de diverse rechthebbenden staat niets in de Bijbel. Dat is een kwestie van ruzie maken en het dan eens worden.”

Wim Verstappen, oprichter VEVAM

VEVAM is de CBO voor regisseurs van audiovisuele werken. VEVAM incasseert voor haar leden auteursrechtelijke vergoedingen voor o.a. kabeldoorgifte en thuiskopie.

Het lidmaatschap van VEVAM is gratis en staat open voor regisseurs van audiovisuele werken.

Lees meer »

 

Regisseurs gezocht  Er is mogelijk geld voor u beschikbaar, lees meer.

NIEUWS

    KEINE ANGST VOR DER EIGENEN COURAGE

    KEINE ANGST VOR DER EIGENEN COURAGE

    De successen van onze Duitse collega's van de Bundes Verband Regie

    VEVAM is nu geruime tijd verwikkeld in allerlei juridische procedures. Dat kost veel geld, veel tijd en veel energie. Wat is de situatie qua auteursrechten in het buitenland? Waar leidt al dat geprocedeer toe? Ik sprak met regisseur Peter Carpentier, bestuurslid van o.a. de BVR (Bundes Verband Regie), de Duitse variant van de DDG. Recentelijk boekten onze Duitse collega’s belangrijke en hoopgevende successen op het gebied van de auteursrechten. De BVR staat nu op het punt zelf een eigen VEVAM op te richten.

    Over de afschaffing van de buy-out en de totstandkoming van een CAO voor regisseurs en een bestsellerclausule.
    / Peter Dop
    Jullie hebben succes geboekt bij het ZDF en de commerciële zenders in Duitsland?

    Peter Carpentier: Gedeeltelijk. In 2002 heeft de toenmalige regering van de SDP en de Groenen een wet goedgekeurd betreffende het auteurscontractenrecht. Die wet ging uit van de veronderstelling dat de auteur als persoon, en financieel, zwakker is dan de personen met wie hij moet onderhandelen. Men wilde auteurs vrijwaren voor a priori nadelige resultaten bij onderhandelingen. Een ander aspect van de wet was de zgn. bestsellerclausule. In de wet werd geregeld dat, als een project veel meer succes heeft dan één van de partijen van te voren kon bevroeden, er opnieuw onderhandeld dient te worden over de vergoedingen van de auteurs. Gevolg was dat de auteurs op papier een betere onderhandelingspositie kregen. Maar van de producenten- en distributiekant (ook de TV-zenders) werd alle macht gebruikt om de wet dode letters te laten blijven, zelfs met de klassieke persoonlijke dreiging: “You won’t work in this town again”.

    Volgens de wet van 2002 diende er een billijke verhouding tussen vergoeding en exploitatieresultaat van een film of programma te zijn en konden auteurs zich laten vertegenwoordigen door een derde partij. Vakgroeperingen en gildes kunnen de andere partijen (zenders en producenten) vorderen om afspraken te maken over algemene verdragsvoorwaarden en vergoedingen (een soort CAO). Dus ook onze gilde. De wet bepaalt dat de gevorderde partij verplicht is te onderhandelen. En ook de termijn waarbinnen dit moet gebeuren. Het is ook zo geregeld dat als die onderhandelingen tot niets leiden, er een arbitrage komt. Voordat de onderhandelingen beginnen, moeten de twee partijen het eens worden over de arbiter, die dan uiteindelijk beslist wat volgens hem of haar redelijk is. Alleen heeft die uitspraak geen bindend karakter; elke partij kan die beslissing naast zich neerleggen.

    Sinds 1982 bestond er tussen onze gilde en het ZDF een gentlemen’s agreement over betalingen en vergoedingen. Alleen was er nooit iets aan veranderd in al die jaren. Commerciële en publieke zenders zoals ZDF en ARD deden gewoon wat ze wilden. Dat was de status quo. Door inflatie e.d. bleven de uiteindelijke vergoedingen een heel stuk achter bij het duurder wordende leven. Rond 2010 wilden we met het ZDF een aanpassing, en gemeenschappelijke verdragsregels opstellen. De eerste reactie van het ZDF was: ‘We hebben niets met jullie te maken, want jullie maken contracten met de producenten en niet met ons als zender’.

    Onze respons was: ‘Flauwekul. Jullie zijn degenen, die de producenten dicteren aan welke voorwaarden de regisseurs, de schrijvers, de componisten en de acteurs zich moeten onderwerpen. En aan het einde van de rit moeten diezelfde producenten ook hun eigen rechten voor een habbekrats aan jullie doorverkopen’. Hun antwoord daarop was dan weer: ‘Wij zijn niet jullie contractpartner, want pro forma zijn wij niet degenen die de programma’s willen. Het zijn de producenten die het initiatief nemen tot het maken van series en films’. We hebben ze toen aangeklaagd in München. Daar heeft de rechtbank in eerste instantie bevestigd dat het ZDF wel degelijk de eigenlijke opdrachtgever en de eigenlijke gebruiker van de programma’s is. Dus wij kregen als regiegilde gelijk. Zij gingen in beroep maar het leek er erg op dat wij weer gelijk zouden gaan krijgen. Om een definitief oordeel van de rechter te vermijden, stelden ze toen voor om te gaan onderhandelen volgens de auteurswet van 2002 met arbitrage enzovoort. Dat was voor ons een gigantische overwinning. We zitten dan ondertussen in 2012 of 2013 en we hebben tot een maand geleden onderhandeld. Zonder resultaat. Op dit ogenblik worden dus de onderhandelingen met de arbiter gevoerd die vóór het einde van het jaar tot een beslissing leiden. Die is, zoals gezegd, niet bindend, maar heeft wel een hele sterke ‘Indizwirkung’, d.w.z. als in dezelfde materie weer een proces komt, zal elke rechter zich zeker informeren over de arbitrage om een idee van ‘billijkheid’ in de branche te krijgen.

    Gelijkertijd lopen er al jarenlang individuele processen volgens de oude bestsellerclausule (films en programma’s die economisch zo’n succes waren geworden dat de salarissen en vergoedingen niet meer in verhouding stonden met de investering van de producent of opdrachtgever). Hoofdzakelijk van auteurs en regisseurs, die voor privézenders (RTL, ProSiebenSat.1) met total buy-out contracten gewerkt hadden. Toen het er naar uitzag dat de eerste oordelen vorige zomer in het voordeel van de auteurs beslecht zouden gaan worden, haastten de privézenders zich om een royale en ruimhartige overeenkomst af te sluiten. Immers als de oordelen eenmaal ten faveure van de auteurs uitgesproken zouden worden, zouden ze rechtskrachtig zijn en een precedent in de rechtspraak betekenen.

    Toen meldde ProSiebenSat.1 zich ook opeens bij onze regiegilde. De redenatie van ProSieben was dat de rechtbanken blijkbaar in de geest van de auteurscontractwet zouden gaan oordelen. Er was sprake van een enorme hoeveelheid van, in de loop der jaren, geproduceerde films, series en programma’s, die meer dan gemiddeld succesvol waren. Plus al die op dat moment lopende producties. Dat alles bij elkaar zou wel eens een gigantische hoop ‘landmijnen’ van succesvolle producties  kunnen opleveren. Daarbij speelden ze met de gedachte ProSieben eventueel te verkopen. De logische vraag van de eventuele koper zou dan zijn: ‘Stel dat al die processen in het voordeel van de auteurs zouden uitvallen. Wat gaat ons dat dan allemaal kosten?’ Het zou ook heel gemakkelijk tot een lawine van processen van andere regisseurs en schrijvers kunnen leiden. Dus hadden ze er groot belang bij om de vergoedingen voor de auteursrechten voor alle producties, vanaf het in werking treden van de auteurswet van 2002 en voor de toekomst, met ons te regelen.

    Net als in Nederland was er daarvoor bij alle Duitse privézenders sprake van een total buy-out. Een lump sum als vergoeding, onder het mom: ‘Dat is alles, verder geen gezeur meer’. ProSieben benaderde dus onze gilde en was op voorhand bereid de total buy-out op te heffen. En bij winst op films en series waren ze bereid bijkomende vergoedingen te betalen volgens een escalatorregeling. D.w.z. schijven die definiëren hoe groter het succes, hoe hoger de supplementaire vergoedingen in verhouding tot productiekosten worden. Zo kwamen we heel snel tot afspraken. Vorig jaar leidde dat tot een soort CAO. Er werd niet alleen een overeenkomst over de winstdeling bij succesvolle producties bereikt, we werden het ook eens over een redelijk bedrag waarvoor de regisseur werkt en onder welke omstandigheden. En die buy out was totaal van tafel. Dat was fantastisch, want de arbitrage met het ZDF stond er aan te komen. En wij konden nu zeggen, dat een grote zendergroep in Duitsland met ons die en die afspraken had gemaakt En dan nog over alle soorten producties. Die ProSieben-overeenkomst gaf ons een soort benchmark. De getallen in die overeenkomst vielen niet meer te ontkennen als billijke betaling. En die waren meer dan 50% hoger dan wat het ZDF ons wilde aanbieden.

    Dat is de situatie van dit moment. Bij ProSiebenSat.1 hebben we redelijk forse vergoedingen gekregen. Ook staat nu vast dat die vergoedingen in de toekomst elk jaar zullen worden betaald. De buy-out is ontmanteld. Er zijn vanaf nu duidelijke basissalarissen die betaald worden. Succesvolle films en programma’s worden gehonoreerd met bijkomende vergoedingen. We zijn nu in arbitrage met het ZDF. Daarbij kunnen we aantonen dat er met anderen overeenkomsten zijn die werken. Tegelijkertijd zijn we nu aan het onderhandelen met de ARD. Dat was twee jaar geleden, vóór onze overwinning op het ZDF voor de rechtbank in München, nog ondenkbaar. Hierna willen we gaan onderhandelen met RTL. We doen het een na het ander, want we zijn natuurlijk ook maar met een beperkt aantal mensen en we hebben maar een klein kantoor, met drie mensen in dienst. Maar we staan er erg goed voor. En, zoals gezegd, overwegen we nu heel concreet om stap voor stap een eigen CBO op te bouwen.

    Wat het procederen betreft: Bij de strijd tegen het ZDF hebben we in 2010 tegen elkaar gezegd: ‘We moeten de moed hebben er voor te gaan. Als je een principiële discussie hebt, willen we ook weten of een rechtbank onze argumenten deelt’. Dat kan alleen via een bodemprocedure. En het heeft gewerkt. ‘Keine Angst vor der eigenen Courage’, heet dat devies in het Duits.

     
    TWIJFEL OVER UITSPRAAK VAN DE HOGE RAAD – NORMA VERSUS KABELEXPLOITANTEN

    TWIJFEL OVER UITSPRAAK VAN DE HOGE RAAD – NORMA VERSUS KABELEXPLOITANTEN

    In AMI (het blad van de Vereniging voor Auteursrecht) wordt deze maand aandacht besteed aan de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak van NORMA tegen de kabelexploitanten. Deze uitspraak speelt een belangrijke rol in de procedures van VEVAM tegen de kabelexploitanten. Als gevolg van de uitspraak van de Hoge Raad ontvangen in ieder geval de acteurs geen vergoeding voor kabeldoorgifte, en is de positie van schrijvers, en regisseurs onzeker geworden. Uit de artikelen in AMI blijkt dat de uitspraak van de Hoge Raad op zijn minst omstreden is. Vooraanstaande auteurs concluderen namelijk op twee punten essentieel anders dan de Hoge Raad.

    In de procedure tussen NORMA en de kabelexploitanten, hebben de kabelexploitanten zich erop beroepen dat de acteurs hoe dan ook geen rechten meer hebben. Volgens de kabelmaatschappijen tekenen de acteurs in de praktijk hun rechten weg aan de producent, en anders raken ze hun rechten van rechtswege kwijt door het zogenaamde 'vermoeden van overdracht'  uit artikel 45d van de Auteurswet ('tenzij de makers en de producent schriftelijk iets anders hebben afgesproken, worden de makers geacht hun rechten aan de producent overgedragen te hebben...')

    Prof. mr. J.J.C. Kabel (emeritus hoogleraar informatierecht, off counsel te Amsterdam) gaat in op dit 'vermoeden van overdracht'. Hij schrijft: "Op grond van het uitzonderingskarakter van artikel 45d Auteurswet, dient het vermoeden van overdracht restrictief te worden uitgelegd. (...) Het vermoeden van overdracht kan immers weerlegd worden en er kan daarom geen sprake zijn van een automatische overdracht aan de producent. Weigering door de producent anders overeen te komen, doet hem dus niet van rechtswege treden in de rechten van de maker. De geboden restrictieve uitleg leidt ertoe dat de praktijk of de investeringsbelangen van de producent niet vanzelfsprekend de doorslag kunnen geven."

    De conclusie van Prof. Kabel betekent ondermeer dat het ook voor scenarioschrijvers en regisseurs wel degelijk mogelijk is om op voorhand rechten onder te brengen bij hun CBO's LIRA en VEVAM. Wel doen makers er goed aan om zekerheidshalve in hun contracten een voorbehoud te maken voor de rechten die zij aan LIRA of VEVAM hebben overgedragen. Dit betekent dat wanneer de kabelmaatschappijen films en programma's willen distribueren waarvan de rechten op voorhand overgedragen zijn aan LIRA en VEVAM, dat de kabelmaatschappijen dan van deze CBO's toestemming nodig hebben.  Zonder deze toestemming maken de kabelexploitanten inbreuk op het auteursrecht.

    Een ander aspect van de uitspraak van de Hoge Raad in NORMA/UPC is de 'rechtstreekse aanlevering' van de televisie-signalen door de omroepen aan de kabelexploitanten. De kabelexploitanten stellen dat zij hierdoor geen vergoeding meer verschuldigd zijn aan de hoofdmakers van een film (dus ook niet aan de regisseurs). Hierover schrijft Prof. mr. J.H. Spoor (emeritus hoogleraar intellectuele eigendom aan de VU en oud-advocaat):  "Afgezien van een stukje techniek is er in feite niets veranderd. Nog altijd betrekken de kabelexploitanten de complete programmering van de 'zenders' Nederland 1, 2, en 3 lock stock and barrel van de publieke omroep, en distribueren ze die nog steeds zoals ze dat al sinds de jaren '70 doen, waarbij het niets uitmaakt of ze die uit de ether of uit de Media Gateway halen. Op de samenstelling van de programma's hebben zij geen invloed, en zolang ze de rechten nog niet rechtstreeks via de omroep kunnen regelen zijn ze aangewezen op collectieve rechtsuitoefening door auteurs- en naburig rechthebbenden. Op de techniek na is er niets veranderd, en rechtens is die technische verandering volstrekt irrelevant. Of zou dat althans moeten zijn."

    In het derde artikel in AMI gaat de Leidse hoogleraar en advocaat Prof. mr. Visser in op het voorstel van de regering om de Auteurswet aan te passen. In dat wetsvoorstel krijgen de makers een eigen, rechtstreekse aanspraak op de exploitanten van hun werk. (Zie ook eerder bericht op PAM-site: http://www.portal-pam.nl/nieuws/filmmakers-verheugd-over-voorstel-van-ministeries).

    Prof. Visser noemt het wetsvoorstel "evenwichtig en ingenieus".

    We bevelen de artikelen van AMI harte aan. Uittreksels van de artikelen zijn te lezen via BOEK9.nl:

    Voorbaat of vermoeden? De rol van artikel 45d Auteurswet, Prof. mr. Kabel

    Primaire of secundaire openbaarmaking, uitzending of heruitzending, Prof. mr. Spoor

    'De kabeldoorgiftevergoeding is dood; leve de kabeldoorgiftevergoeding!', Prof. mr. Visser

     
    GEEF DE AUTEURS HUN KABELVERGOEDING TERUG

    GEEF DE AUTEURS HUN KABELVERGOEDING TERUG

    op 23 mei 2014 verscheen in Trouw  een opiniebijdrage van Bernt Hugenholtz.

    Lees hier: Geef de auteurs hun kabelvergoeding terug

De successen van onze Duitse collega’s van de Bundes Verband Regie…. fb.me/6PVHUZ8rN

door @VEVAM 65 dagen geleden

in AMI, het blad van de vereniging voor auteursrecht, zijn vorige week enkele gunstige artikelen verschenen voor… fb.me/2YSz3o6DB

door @VEVAM 74 dagen geleden

Geef de auteurs hun kabelvergoeding terug.
Lees hier de opiniebijdrage van Bernt Hugenholtz in Trouw, 23 mei 2014… fb.me/2gUWOx6GU

door @VEVAM 92 dagen geleden